Nieuws uit de regio


Rijke dame uit Meteren gereconstrueerd
 
Op 22 juni 2010 bracht de gemeente Geldermalsen nieuws naar buiten over een interessante archeologische opgraving in Meteren. Helma Schouten, journalist en bestuurslid van de kring, bezocht de persconferentie en kreeg de volgende informatie mee.
 
Meta uit Meteren
 
Tijdens opgravingen in het toekomstige woongebied ‘De Plantage’ in Meteren (gemeente Geldermalsen) troffen archeologische onderzoekers eind 2010 een aantal crematiegraven uit de IJzertijd aan met daar tussen in het skelet van een vrouw die op het moment van overlijden tussen de 30 en 40 jaar moet zijn geweest. Al snel bleek het om een bijzondere vondst te gaan van bovenlokale, zelfs landelijke betekenis.
 

De vrouw, die met een verwijzing naar de dorpskern Meteren inmiddels de naam Meta heeft gekregen, heeft destijds een rijke begraving gekregen. Dat kan worden afgeleid uit de bij skelet aangetroffen uitzonderlijk mooie sieraden. Het gaat hier om een prachtige armband en hangers van messing en barnsteen. Floris Reijnen, restaurateur van historische sieraden, heeft zijn uiterste best gedaan om de vondsten in hun oorspronkelijke staat terug te brengen. Vervolgens heeft hij replica’s gemaakt en deze verwerkt in het haar op een speciaal hiervoor gemaakt hoofd. Hoewel er geen sprake is van een ‘waarheidsgetrouwe’ gezichtsreconstructie heeft Meta hierdoor wel een gezicht gekregen. Dat gezicht wordt nog versterkt door een gemaakte achtergrondtekening met daarop de gereconstrueerde Meta in het oude rivierenlandschap.
Restaurator Floris Reijnen aan het werk met de bronzen armband van Meta.
 
De arm met de eveneens geconserveerde armband is gestabiliseerd in een stuk grond/klei die als een soort sokkel de arm ondersteunt. Dit alles is voorzien van een archeologisch-historisch verhaal over Meta die zonder twijfel een uitzonderlijke positie binnen de lokale gemeenschap moet hebben gehad. Wie was Meta, hoe leefde zij, wat was er bijzonder aan haar?
 
Wie was Meta?

Meta was een vrouw met een leeftijd tussen de 30 en 40 jaar. Dat was in de ijzertijd al een respectabele leeftijd. Ze was een kleine en ielige vrouw van 1.56 m lang. Ze droeg naast een bronzen armband ook sieraden die de archeologen niet vaak aantreffen tijdens opgravingen; grote barnstenen kralen aan metalen ringetjes lagen aan weerszijden van de schedel. Dat de vrouw hard moet hebben gewerkt in haar leven, kan de fysisch antropoloog zien aan de slijtage van haar rugwervels. Daarnaast moet de vrouw erg veel pijn hebben gehad aan haar gebit. Op de tanden en kiezen is namelijk zichtbaar dat ze leed aan ernstige tandvleesontsteking. Haar voortanden waren ook sterk versleten.
 
Haarsieraden
 
De sieraden van Meta maken haar bijzonder voor de archeologen. Binnen de archeologische vakwereld zijn zulke ringetjes in combinatie met de grote barnstenen nog niet eerder aangetroffen. De sieraden lagen aan beide zijden van het hoofd van  Meta. Al snel kan dan gedacht worden aan oorbellen of een ketting. De bronzen ringetjes hebben echter een andere vorm en de barnstenen kralen zijn te zwaar om aan oorlellen te laten hangen en het zijn er te weinig voor een ketting. Daarom vermoeden archeologen dat de sieraden in het haar waren gezet. De bronzen ringen zaten waarschijnlijk om dikke strengen haar heen. Door de strengen haar te vlechten blijven de ringen met de barnstenen zitten. Soortgelijke bronzen ringen zijn alleen in Lent, bij Nijmegen, gevonden. In een graf van een man uit de midden-ijzertijd lagen grote bronzen ringen bij zijn oor. Archeologen denken ook dat deze om vlechten of dikke strengen haar waren gebonden. De man uit Lent had geen barnstenen kralen. Barnsteen is sinds de vroege prehistorie een geliefd materiaal wat verwerkt werd in sieraden. Als hanger aan een ketting, als kralensnoer of als onderdeel van een metalen halsring. Barnsteen komt van nature niet voor in het rivierengebied, maar moest via handel en uitwisseling hiernaartoe zijn gekomen. Het meeste barnsteen dat in Nederland gevonden wordt komt oorspronkelijk uit het Oostzeegebied. Daarnaast konden de mensen ook soms kleine hoeveelheden barnsteen aan de Nederlandse kust vinden.
 
Hoe leefde Meta?
 
In de ijzertijd leefden de mensen van een boerenbestaan. De mensen hadden een gemengd boerenbedrijf waar vee werd gehouden en aan akkerbouw werd gedaan. Op het erf stonden kleine gebouwtjes voor de opslag van graan, zaaigoed, voedsel, gereedschap en brandhout. Het vee stond meestal binnenshuis aan de andere kant van het woonhuis. Dit heet een woonstalhuis of -boerderij. De mensen bakenden hun erf af met greppels en hekwerken. Ook stonden er op elk erf waterputten. De wanden werden met houten plankjes of holle boomstammen gestut, zodat de mensen goed bij het grondwater konden komen.
 
Cremeren of begraven?

In het crematiegrafveld waar Meta is gevonden lagen twee gewone graven, waarbij de mensen gestrekt op hun rug in de grond waren neergelegd. Tegenwoordig kunnen we kiezen of we begraven of gecremeerd willen worden. Die keuze is cultureel bepaald en in het verleden was dat niet anders. Er waren periodes waarbij het normaal was om de overledenen te begraven of waarbij de mensen hun doden cremeerden. In het begin van de ijzertijd werden de crematieresten in een urn gedaan en deze werd in de grond begraven. In de periode daarna gebruikten de nabestaanden geen urn maar een doek waarin zij het stoffelijk overschot wikkeldenvoordat ze het in de grond stopten. Dit gebruik herkennen de archeologen op de opgraving in ‘De Plantage’.
 
Dat crematies en begravingen in de ijzertijd soms door elkaar zijn gebruikt, ontdekten archeologen in 1992 in Geldermalsen. Ondertussen zijn er meerdere grafvelden in Nederland bekend waarbij dit voorkomt. Het grafveld in ‘De Plantage’ vormt hierin geen uitzondering.
Waarom enkelen begraven werden en anderen gecremeerd is nog moeilijk te bepalen. Het is mogelijk dat de begraven mensen een andere status in de lokale gemeenschap hadden dan de gecremeerde doden. Dit is misschien te herkennen aan de rijke bijgiften die vaak wel bij de begravingen en niet bij de crematies te vinden zijn. Deze kunnen duiden op een zekere status van de begraven persoon. Maar er kan ook sprake zijn van verschillende bevolkingsgroepen met verschillende culturele tradities in hetzelfde grafveld. De bijgiften van begravingen uit andere grafvelden uit de ijzertijd laten soms een Noord-Franse invloed zien. In het Marne-Aisne gebied werd een bepaald soort type aardewerk gebruikt, dat in Nederland wordt teruggevonden als bijgift bij de gewone begravingen die in een crematiegrafveld liggen. Ook was er in het Marne-Aisne gebied de trend om mensen te begraven in plaats van te cremeren. Archeologen vermoeden daarom dat een groep mensen uit Noord-Frankrijk zich hier in de Betuwe en het rivierengebied is gaan vestigen.
 
Wat zegt dit over Meta? Behoorde zij tot de elite of was zij van Franse komaf? Misschien kunnen koolstofdateringen (14C) hier meer over zeggen. Hiermee kan worden uitgezocht of Meta daadwerkelijk in dezelfde periode is begraven als de crematiegraven.
 
Heiligdom?

In de directe nabijheid van het graf van Meta stuitten de archeologen op een opmerkelijke structuur van vermoedelijk een heiligdom. Het gaat hier duidelijk niet om een huisplattegrond en waarschijnlijk ook niet om een bijgebouw voor opslag. Die zijn vaak gemakkelijk te herkennen aan een patroon van grondverkleuringen van paalgaten. De plattegrond van het heiligdom bestond uit vijf ronde grondverkleuringen in een patroon zoals ook het getal vijf op een dobbelsteen te zien is. De grondverkleuringen zijn veroorzaakt door paalgaten. Hier moeten dus vier palen in een vierkant hebben gestaan, met een dikke paal in het midden. Hieromheen lag een vierkante greppel. Was dit een heiligdom dat bij het grafveld hoorde? Of gaat het om een dodenhuisje? Of stond er toch een opslagschuurtje dat door een greppel “beveiligd” was tegen loslopend vee? Voor de archeologen is het nog een raadsel.
 
De opgraving ‘De Plantage’

Meta is slechts een van de vondsten die tijdens de opgraving in het najaar van 2010 in ‘De Plantage’ aan het licht kwamen. Archeologen vonden sporen en vondsten uit de nieuwe tijd, de middeleeuwen, de Romeinse tijd, de ijzertijd, de bronstijd en mogelijk ook uit de jonge steentijd. De uitwerking van de opgraving is nog in volle gang en de meeste onderzoeksvragen moeten nog beantwoord worden. In het midden van de aan te leggen wijk ontdekten de archeologen sporen van een Romeins greppelsysteem. Specialisten onderzoeken nog of deze in verband staan met greppelsystemen die gevonden zijn bij Hondsgemet in Geldermalsen. In het zuiden van ‘De Plantage’ lagen het Huis Meteren en het Huis Blanckenstijn. De fundamenten van beide gebouwen zijn monumenten en blijven onder de grond bewaard. Op deze plekken wordt de grond niet aangeroerd maar wordt een archeologisch park gerealiseerd. Rondom de huizen groeven de archeologen op om meer te weten te komen over de bewoners hiervan. Niet alleen vonden zij restanten uit de nieuwe tijd, bij Huis Meteren kwamen vondsten uit de jonge steentijd of de vroege bronstijd tevoorschijn. Het gaat hier veelal om voorwerpen van vuursteen diede mensen in de steentijd en de bronstijd gebruikten als werktuigen, zoals messen, sikkels, bijlen en pijlpunten.
 
Op dezelfde locatie van het grafveld uit de ijzertijd lag in de periode 1100 tot 1300 een boerennederzetting. De archeologen herkenden in ieder geval in de sporen de structuur van één boerderij en bijgebouwtjes voor opslag van onder andere graan en hooi. Daarnaast waren er nog veel meer sporen van paalkuilen, die duidden op de aanwezigheid van meer gebouwen. De archeologen vermoeden daarom dat hier meerdere gebouwen of meerdere fasen van gebouwen hebben gestaan. De nederzetting lag waarschijnlijk op een verhoging in het landschap. Ook vonden de archeologen in dezelfde opgravingsputten sporen en aardewerk uit de bronstijd. Van de sporen konden zij een boerderij en een gebouwtje voor opslag (spieker) onderscheiden. In deze periode moet er meer hebben gestaan dan dit, maar na de bronstijd stroomde een rivier over het gebied die een groot deel van de sporen en vondsten weggespoeld heeft.
 
Meta en haar sieraden hebben inmiddels een plaats gekregen in een vitrine in het gemeentehuis te Geldermalsen.