Kasteel Waardenburg


Hieronder treft u een aantal foto's aan, gemaakt tijdens een mooie wandeling in november 2004. Onderstaande foto's zijn genomen door Martine en Arthur Eerelman-Hanselman; het verhaal is overgenomen van Wikipedia.




Het komt zelden voor dat de stichtingsdatum van een kasteel bekend is, met "de Waardenburg" is dat wel het geval. Op 5 augustus 1265 gaf graaf Otto II van Gelre de dorpen Hiern, Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock, ridder, die daartegenover zijn bezittingen in Rhenoy afstond. Toen deze Rudolph het dorp Hiern (de oude naam van het dorp Waardenburg) in leen had gekregen, wilde hij er zich ook vestigen. Hij vroeg dus aan zijn leenheer, graaf Otto, toestemming om een woning te mogen bouwen. Hij gaf Rudolph dan ook vergunning om te "timmeren", maar het bouwwerk mocht niet meer kosten dan 300 Leuvense Ponden. Zijn gelijknamige zoon volgde hem op en bouwde het uit, evenals diens zoon Johan.




Uit het huwelijk van Gerard de Cock en Henrica van Culemborg kwam alleen de erfdochter Agnes die de bezittingen via haar huwelijk (kort voor 1385) inbracht bij Willem van Broeckhuysen. In 1415 overleed deze en kwam het aan de oudste van 9 kinderen, namelijk Willem en toen deze al snel overleed aan diens broer Johan van Broeckhuysen (een grote en vette man volgens de Waardenburgse kroniek), die trouwde met Adriana van Brakel. Hun zoon Gerard van Broeckhuysen trouwde in 1434 met Walraven van Brederode. Hun zoon Johan kreeg op circa 10-jarige leeftijd de beschikking over onder andere Waardenburg en overleed in 1468.



In 1470 volgde zijn enige en minderjarige zoon Gerard hem op. Zijn zus Walraven volgde hem in 1494 op en trouwde met Otto van Arkel waardoor het in deze familie kwam. In 1574 is het kasteel door Lodewijk, graaf van Nassau, broer van prins Willem I, verwoest. De toenmalige bewoonster (Catharina van Gelder, weduwe van Walraven van Arkel) was Spaansgezind en weigerde zich over te geven. De schade was aanzienlijk en nooit meer is het slot deze slag te boven gekomen. Haar kleinzoon, Thomas van Thiennes, verkocht het aan Johan Vijgh in 1618. In 1700 werd het gekocht door de Friese adellijke familie Van Aylva, waarbij in 1800 A.J.W. van Aylva huwde met Frederik baron van Pallandt, welke familie het tot 1971 in bezit had.



Bouwkundig

De eerste burcht was waarschijnlijk van hout. De gelijknamige zoon van de stichter heeft in 1283 "den sael ende ronde toern" gebouwd. In 1355 werd door de 4e heer (Johan de Cock), een grote vierkante toren van 4 verdiepingen met dak, weergang en arkeltorentjes in het oosteinde met de ringmuur en de voorburcht gebouwd. Deze donjon bestaat nog steeds maar is nu een verdieping lager met een lessenaarsdak. Hij liet ook een ringmuur bouwen en een slotgracht aanleggen, die het kasteel met voorburcht omringde. Hiermee werd het een grote ronde burcht. Na de verwoesting in 1574 is de ruÔne in 1627 weer bewoonbaar gemaakt.




In 1895 restaureerde de eigenaar het en voegde aan de oostzijde een torentje toe. Het liep in de Tweede Wereldoorlog schade op tijdens de bombardementen van de nabij gelegen bruggen en werd in 1957 onbewoonbaar verklaard. Een liefdevolle huurder (A.F. van Goelst Meyer) heeft vervolgens voor grootschalige restauratie gezorgd. Het heeft momenteel ongeveer de helft van zijn oorspronkelijke omvang, maar dat deel is wel 700 jaar oud !



Trivia
Het kasteel is mede bekend door de Faustlegende.  Klik hier voor een artikel over deze legende, op Wikipedia.



Bron tekst: www.wikipedia.org
Foto's: Arthur en Martine Eerelman-Hanselman, november 2004

Heeft u ook de beschikking over (digitale) foto's van het erfgoed in onze regio en zou u het leuk vinden deze foto's met een korte historische beschrijving terug te vinden op deze website, neemt u dan eens contact op met de webredacteur, Arthur Eerelman-Hanselman; klik hier om hem een e-mail te versturen.